Pray the whore away: detentie van prostituees incl slachtoffers mensenhandel

Reddingsorganisaties, met name christelijke/radicaal feministische reddingsorganisaties, zijn vaak detentiecentra voor prostituees. De vage juridische definitie van mensenhandel wordt misbruikt door anti-prostitutie activisten om mensen die seks hebben voor geld tegen hun zin vast te zetten en te ‘genezen’. Pray the gay away camps, maar dan voor zondige meisjes.

Dit fenomeen heeft zijn wortels in de 19e eeuw, zoals ik al eens aanstipte in een opiniestuk voor De Morgen.

Gisteren kwam het artikel “Non-Profit Accused of Exploiting Sex Trafficking Victims It Was Meant to Help” uit over een christelijke ngo in de Verenigde Staten en Tanzania uit. Ondanks grote inkomsten en celebrity support leven de geredde meisjes in erbarmelijke omstandigheden, wordt christelijk geloof ze opgedrongen en hun rechten geschonden.

In Ierland wordt de grootste reddingsorganisatie voor ‘prostitues en mensenhandel slachtoffers’ geleid door dezelfde nonnen ordes die vroeger de beruchte Magdalene Laundries voor losse meisjes runden, waar jonge vrouwen werden misbruikt om hun ziel te redden.

Sekswerkers, inclusief slachtoffers van mensenhandel, in India en Thailand geven aan dat Westerse reddingsorganisaties naast politie het grootste gevaar zijn voor hun veiligheid.

Mensenhandel verwees vroeger naar zware arbeidsuitbuiting van migranten. Inmiddels verwijst het met name naar zowel het uitbuiten van als simpelweg samenwerken met prostituees. In de afgelopen tien jaar is de funding voor anti-mensenhandel ngo’s die zich bezig houden met ‘awareness’ en ‘rescue’ extreem toegenomen. Veel van dat geld gaat naar organisaties die ├ílle prostitutie zien als geweld tegen vrouwen en die ├ílle prostitutie willen tegengaan, ongeacht wat een prostituee zelf wil met haar leven. Academicus dr. Laura Augustin publiceert hier over.

In Nederland hebben we 3 miljoen landelijk plus lokale subsidies voor ‘uitstapprogramma’s’ voor prostituees. Dit geld ondersteunt met name christelijke organisaties.

In Nederland hebben we FIER, een reddingsorganisatie die nauw samenwerkt met de fundamentalistische ChristenUnie.

Voormalig medewerker Chris Sent vertelde me begin 2015 dat FIER als doel heeft prostitutie tegen te gaan. “Mijn baas zei dat ik tegen prostitutie was zolang ik daar werkte.” Ze vertelde me ook dat ik minder kritisch moest zijn op de ChristenUnie omdat dat beter zou zijn voor mijn activistische carriere en zij zelf dan wel een goed woordje voor me zou doen bij het Ministerie van Veiligheid & Justitie.

Tweede Kamerlid Nine Kooiman en haar assistent vertelde me in de herfst van 2014 dat ze wisten dat FIER statistieken en gruwelverhalen over jonge slachtoffers van mensenhandel verzon. Twee weken later stonden ze zij aan zij met de organisatie bij het lanceren van de initiatiefwet CU/SP/PvdA rond klantcriminalisatie. Toen ik hier iets verontwaardigs over Twitterde, kreeg ik boos bericht van Nine Kooiman. Of ik het weg wilde halen want zo kwam haar assistent in de problemen. Ik vind het jammer dat ik dat toen niet heb doorgezet.

Af en toe hoor je via via wat verhalen van jonge vrouwen die in FIER of vergelijkbare “opvang” hebben gezeten. De Valkenburgzaak is daar overigens ook een voorbeeld van. Vaak zitten de meiden vast tot hun 18e, tot ze erachter komen dat ze weg mogen van de wet.

De Wet Regulering Prostitutie, nu in de Eerste Kamer, maakt het illegaal om sekswerkers tot 21 jaar te helpen. Wanneer jonge sekswerkers straks worden betrapt, worden zij richting ‘rehabilitatie’ gestuurd. Ik houd mijn hart vast.

Ik weet dat het moeilijk is om te geloven dat mensen, ook minderjarige mensen die seks hebben gehad voor geld, vaak slechter af zijn bij hun ‘redders’. Ik schrijf hier liever niet over, link niet graag naar vage blogs en deel liever geen niet-te-verifieren informatie. Het was moeilijk om enige geloofwaardigheid op te bouwen als sekswerker en ik weet dat dit me in die zin schaadt. Maar hemel, wat moeten we anders doen? Wie het weet, mag het zeggen.

 

 

 

 

Introductie sekswerkdebat – met bronnen, zonder spellingscontrole

Beste Remco,

Je vroeg me om bronnen van academici en mensenrechten organisaties die legalisatie en decriminalisatie van sekswerk steunen. Ik, eh, was een beetje enthousiast. Hier een beknopte (ghehe) inleiding op het problematische debat rond sekswerk en de misstanden in en over prostitutie. Enjoy de 2000 woorden. Met bronnen. En plaatjes!

Verplichte inleiding: wat is sekswerk? Over welke sekswerkers hebben we het?

Kort door de bocht: sekswerk is het tegen betaling aanbieden van seksuele diensten.

Sekswerkers zijn de mannen en vrouwen (en queers en transgender peeps) die deze diensten aanbieden. Prostituees hebben zeer diverse achtergronden, motivaties en levens.

Je zou sekswerkers kunnen plaatsen op een spectrum met aan het ene uiterste mensen die vanuit een situatie met zeer veel mogelijkheden kiezen voor het beroep (zoals ik! hi!) en aan het andere uiterste mensen met zeer beperkte keuzemogelijkheden. Denk aan oa. mensen die leven in extreme armoede, mensen die verslaafd zijn aan drugs, minderjarigen die niet naar hun ouders terug kunnen/willen en mensen onderaan de sociale ladder in een kastenstelsel.

Continue reading “Introductie sekswerkdebat – met bronnen, zonder spellingscontrole”

Vriendje belt werk

Het is heet en ik drink limonade in de tuin van mijn bordeel. Ik hoor de telefoon binnen afgaan. De gastheer/manager neemt op en grinnikt. “Voor jou! Hij vroeg om ‘Hella’.”

“Hey Vriendje!”
“Hey! Je mobieltje deed het niet. Je heet daar Hella, toch?”
“Hahaha, jep. Maar je kan ook wel mijn echte naam gebruiken, hoor.”

Normaal zijn Vriendje en ik niet zo van het bellen, maar hij heeft supertof nieuws dat we duidelijk uitgebreid moeten bespreken. Collega S. komt naar buiten. “Hella, heb jij zin om je zo een uur te bemoeien met mij en mijn gast?”

Even voor de beeldvorming: Collega S. is echt fuuuuucking heet.

Teleurgesteld moet ik het aanbod afslaan, sexy dingen doen met haar en de vaste gast (van ons beiden) past niet in mijn agenda, ik heb al een afspraak staan.

“Wie heb je aan de lijn?”
“Vriendje!”
“Oh, leuk. Doe hem de groeten.”

Ik probeer Vriendje uit te leggen dat ik met S. praat, die hij ook goed kent, maar omdat ik haar echte naam en haar werknaam door elkaar gebruik, duurt het even voor de boodschap overkomt.

Wanneer we werken, proberen we elkaar consistent bij de werknaam te noemen, zodat we niet per ongeluk in de fout gaan wanneer we een afspraak hebben met een gast. Dat wordt een stuk lastiger wanneer je elkaar ook sociaal ziet buiten werk, en tja, mijn collega’s zijn supercool, dus aan vriendschappen geen gebrek.

“Ik moet nog even make uppen voor mijn volgende afspraak, babe! Tot vanavond!”

Mijn gast komt niet opdagen. Chagrijnig – ik had dus wel sexy dingen kunnen doen met S.! – zet ik mijn zonnebril op en ga ik in de tuin een boek lezen.